Alexander Skrjabin en de Russische muziek van zijn tijd, hoorcollege I. Zondag 8 november 2015

 

Dit is het eerste deel van een drieluik deze maand: twee hoorcolleges en een recital. Hierin wordt het oeuvre belicht van Alexander Skrjabin (1871-1915). De colleges worden gegeven door Leo Samama, het recital door Masha Yulin.

Samama over Skrjabin: “In de stroomversnelling waarin de westerse cultuur zich rond 1900 bevond, neemt de componist Alexander Nikolajevtisj Skrjabin een zonderlinge plaats in. Voor sommigen is hij de componist van charmante pianowerkjes die iets van Chopin hebben, maar dan met een vleugje fin-de-siècle-sentiment. Voor anderen is hij een belangrijke voorloper van de 20e-eeuwse avantgarde, één van de wegbereiders voor de vernieuwingen rond 1900. En dan is er ook nog een groep die in Skrjabin niet meer dan een wat overschatte mysticus zien, die zichzelf een god waande en de hele wereld op zichzelf betrok. Wie was Alexander Skrjabin? De componist van theosofische muziek, van magische muziek, die letterlijk met geuren en kleuren tot klinken moest worden gebracht, van muziek die de mensen zou verenigen in een eeuwig rijk van liefde? Of de fenomenale pianist, de componist van superromantische orkestwerken, de grote publieksverleider, de revolutionair? Alexander Skrjabin, die het eeuwige leven zocht en nog geen 43 jaar oud aan een karbonkel op zijn bovenlip bezweek.

Leo Samama studeerde muziekwetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Na zijn afstuderen in 1977 tot 1988 docent muziek/cultuurgeschiedenis aan het Utrechts Conservatorium. Daarna van 1988 tot en met 1991 was hij als docent voor muziek van de 20e eeuw verbonden aan de vakgroep muziekwetenschap van de Faculteit der Letteren van Rijksuniversiteit Utrecht. Van 1978 tot 1984 was hij recensent bij De Volkskrant, en van 1986 tot 1990 freelance medewerker bij NRC/Handelsblad. Tot op heden geeft hij (gast)colleges aan tal van instellingen. Vanaf 1991 was Samama enkele jaren verantwoordelijk voor de ondersteuning van de artistieke leiding van het Koninklijk Concertgebouworkest. Daarop was hij van 1994 tot 2002 artistiek coördinator van het Residentie Orkest en tot 2010 directeur van het Nederlands Kamerkoor.